JAARBOEK COLOMBIA 2007
Betreft informatie over 2006
Ofschoon sommige vormen van geweld in verband met het slepende conflict in Colombia terugliepen, met name moordpartijen en ontvoeringen, waren ernstige mensenrechtenschendingen nog altijd aan de orde van de dag. Alle partijen bij het conflict � de veiligheidstroepen en door het leger gesteunde paramilitairen maar ook guerrillagroeperingen, met name de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia, FARC) en het kleinere Nationale Bevrijdingsleger (Ej�rcito de Liberaci�n Nacional, ELN) � schonden de mensenrechten en het internationaal humanitair recht. Ze waren verantwoordelijk voor oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid. Het aantal mensen dat ontheemd raakte door het conflict liep terug, maar het grote aantal ontheemde mensen bleef een punt van zorg. Vakbondsmensen en mensenrechtenactivisten waren het doelwit van geweld, met name door paramilitaire groeperingen. Er waren aanhoudende berichten over buitengerechtelijke executies door leden van de veiligheidstroepen, gerichte moordpartijen op burgers en ontvoeringen door guerrillatroepen.Achtergrond
Aanhoudende schendingen door paramilitaire groeperingen ondanks veronderstelde demobilisatie
Toepassing van de Wet inzake Gerechtigheid en Vrede
Samenzwering tussen paramilitairen en overheidsfunctionarissen
Massagraven
Straffeloosheid
De veiligheidstroepen
Guerrillagroeperingen
Vakbondsmensen, mensenrechtenactivisten en andere activisten
Burgergemeenschappen
Ontvoeringen
Geweld tegen vrouwen
Amerikaanse militaire steun
Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de Rechten van de Mens
Rapporten en bezoeken
Archief jaarboek
Achtergrond
Bij verkiezingen in mei werd president �lvaro Uribe V�lez herkozen voor een tweede ambtstermijn. De bondgenoten van president Uribe behaalden in beide kamers een zetelmeerderheid bij in maart gehouden verkiezingen voor het congres. Net toen de regering en de FARC het eens leken te worden over een uitwisseling van FARC-gevangenen tegen gijzelaars die vastgehouden werden door de guerrillabeweging, beschuldigde president Uribe de FARC ervan op 19 oktober een bom tot ontploffing te hebben gebracht in de militaire universiteit Nueva Granada in Bogot�; ten minste twintig mensen raakten gewond bij de explosie. Het ELN en regeringsvertegenwoordigers begonnen in oktober in Cuba aan een vierde ronde in de ori�nterende vredesgesprekken. Eind 2006 hadden volgens de regering ruim dertigduizend paramilitairen de wapens neergelegd bij een omstreden, door de regering gesteund demobilisatieproces. In juli oordeelde het Constitutionele Hof dat belangrijke bepalingen van de Wet inzake Gerechtigheid en Vrede � bedoeld om het demobilisatieproces in goede banen te leiden en bekritiseerd door mensenrechtenorganisaties � in strijd waren met de Grondwet. In september vaardigde de regering een decreet uit om de Wet inzake Gerechtigheid en Vrede ten uitvoer te leggen. Ofschoon er naar aanleiding van de door het hof geleverde kritiek enkele wijzigingen in werden aangebracht, bleef de vrees bestaan dat de wet straffeloosheid in de hand zou werken en slachtoffers het recht op waarheid, gerechtigheid en schadeloosstelling zou ontzeggen. Ondanks de veronderstelde demobilisatie waren er sterke aanwijzingen dat paramilitaire groeperingen nog altijd actief waren en mensenrechtenschendingen begingen met de goedkeuring of medewerking van de veiligheidstroepen. In november werden drie afgevaardigden gearresteerd vanwege hun vermeende banden met paramilitairen. Daarnaast liepen tegen diverse andere parlementsleden en politieke figuren eind 2006 naar verluidt onderzoeken door het Opperste Gerechtshof.Aanhoudende schendingen door paramilitaire groeperingen ondanks veronderstelde demobilisatie
De Missie ter Ondersteuning van het Vredesproces in Colombia, opgezet door de Organisatie van Amerikaanse Staten, publiceerde in augustus een verslag. Daarin stond dat enkele gedemobiliseerde paramilitairen criminele bendes gevormd hadden, dat anderen de wapens niet hadden neergelegd, en dat nieuwe paramilitaire groeperingen ontstaan waren. Paramilitairen maakten zich schuldig aan mensenrechtenschendingen in gebieden waar ze zogenaamd waren gedemobiliseerd. Ruim drieduizend moorden en �verdwijningen� van burgers waren het werk van paramilitaire groeperingen sinds deze in 2002 een �wapenstilstand� hadden afgekondigd.
- Op 11 februari zouden gedemobiliseerde paramilitairen, die deel uitmaakten van het Noroccidente Blok, zes boeren hebben vermoord in de gemeente Sabanalarga (Antioquia).
Toepassing van de Wet inzake Gerechtigheid en Vrede
In september keurde de regering besluit 3391 goed, dat enkele omstreden bepalingen van de Wet inzake Gerechtigheid en Vrede nieuw leven inblies. Bijzonder zorgwekkend waren de �rurale herintegratieprogramma�s� waarmee de regering agro-industri�le projecten gaat financieren voor boeren, ontheemden en gedemobiliseerde paramilitairen. Dit zou ertoe kunnen leiden dat boeren en ontheemde gemeenschappen moeten gaan samenwerken met mensen die hun land hebben afgepakt en ernstige mensenrechtenschendingen hebben begaan; ook zou het bezit gelegaliseerd worden van land dat door paramilitairen met geweld is ingenomen. Verder voorzag besluit 3391 niet in maatregelen om derden op te sporen en te berechten, onder wie leden van de veiligheidstroepen en politici die paramilitaire groeperingen hebben gesteund, zowel logistiek als financieel.
De Wet inzake Gerechtigheid en Vrede, die nog altijd niet voldeed aan internationale normen inzake waarheid, gerechtigheid en schadeloosstelling, gold slechts voor circa 2600 van de ruim dertigduizend paramilitairen die naar verluidt de wapens hadden neergelegd. Het gros van de paramilitairen had feitelijk al amnestie gekregen op grond van besluit 128 uit 2003. Op 6 december lieten de paramilitairen weten dat ze zich terugtrokken uit het �vredesproces�. Dit gebeurde na het besluit van de regering op 1 december om 59 zogenaamd gedemobiliseerde paramilitaire leiders over te brengen van een voormalig vakantiepark in La Ceja (Antioquia) naar de zwaarbeveiligde gevangenis Itag��, ook in Antioquia. De regering beweerde dat de paramilitairen vanuit La Ceja opdracht hadden gegeven voor een aantal moorden. Op 19 december legde Salvatore Mancuso als eerste paramilitaire leider een getuigenis af voor de eenheid Gerechtigheid en Vrede van het bureau van de procureur-generaal. De eenheid was in het kader van de Wet inzake Gerechtigheid en Vrede opgezet om onderzoek te doen naar mensenrechtenschendingen begaan door mensen die in aanmerking wilden komen voor de door de wet toegekende procedurele voordelen.
Samenzwering tussen paramilitairen en overheidsfunctionarissen
Ophef over banden tussen paramilitairen en hoge functionarissen binnen overheidsinstellingen dreigde het vertrouwen in de rechtsorde verder te ondermijnen.
- In november beschuldigde het bureau van de procureur-generaal de voormalige directeur van de Burgerinlichtingendienst (Departamento de Administraci�n de Seguridad, DAS) ervan banden te onderhouden met paramilitaire groeperingen. De procureur-generaal baseerde zich op uitlatingen van een andere DAS-functionaris, die in april in de media gepubliceerd waren, dat de DAS een lijst van 24 vakbondsleiders had doorgespeeld aan de paramilitaire groepering Noord Blok (Bloque Norte).Verscheidene personen die op de lijst stonden werden vermoord; anderen werden bedreigd, en tegen sommigen zouden willekeurige gerechtelijke procedures zijn aangespannen.
- Op 9 november gelastte het Opperste Gerechtshof de arrestatie van drie parlementsleden uit Sucre, �lvaro Garc�a Romero, Jairo Merlano en Erik Morris Taboada, wegens hun vermeende banden met paramilitaire groeperingen en, in het geval van �lvaro Garc�a Romero, wegens het opdracht geven tot de massamoord door paramilitairen op circa vijftien boeren in Macayepo (Bol�var) in 2000. Later die maand bepaalde het Opperste Gerechtshof dat nog zes andere parlementsleden verantwoording moesten afleggen over hun vermeende banden met paramilitaire groeperingen.
Uit berichten die in november in de media verschenen kwam naar voren dat het bureau van de procureur-generaal bezig was met de herziening van meer dan honderd zaken van vermeende samenzwering tussen paramilitairen en overheidsfunctionarissen, onder wie politici, ministers, rechters en veiligheidsagenten. In november maakte het bureau van de procureur-generaal eveneens bekend een speciale eenheid in het leven te roepen om vermeende banden tussen ambtenaren en paramilitairen te onderzoeken.
Paramilitaire groeperingen begingen nog altijd mensenrechtenschendingen met de instemming of medewerking van de veiligheidstroepen.
- Op 4 februari werd gemeenschapsleider Alirio Sep�lveda Jaimes vermoord vlakbij een politiebureau in de gemeente Saravena (Arauca). De schutter, vermoedelijk een paramilitair, zou banden onderhouden met het plaatselijke legerbataljon. Sep�lveda behoorde tot een groep van circa veertig maatschappelijk werkers en mensenrechtenactivisten die in 2002 in Saravena door de autoriteiten gedetineerd waren.
Massagraven
Meer dan tachtig massagraven werden ontdekt, met daarin de stoffelijke resten van circa tweehonderd mensen die gedurende het conflict gedood waren door paramilitaire groeperingen. De eenheid Gerechtigheid en Vrede verklaarde nog te zoeken naar de stoffelijke resten van circa drieduizend slachtoffers van �verdwijningen�, ofschoon alom werd aangenomen dat het om veel meer mensen ging. De vrees bestond dat sommige opgravingen op zodanige wijze uitgevoerd waren dat gerechtelijk bewijsmateriaal verloren is gegaan en dat stoffelijke resten onder onbetrouwbare omstandigheden bewaard worden door de autoriteiten. Ook bestond er bezorgdheid over het gebrek aan positieve identificatie van stoffelijke overschotten en tekortschietende forensische analyse van het bewijsmateriaal. Paramilitairen hadden naar verluidt stoffelijke resten verwijderd uit enkele massagraven.Straffeloosheid
Straffeloosheid bleef een groot probleem, en het militaire rechtssysteem had nog altijd jurisdictie over mensenrechtenzaken waarbij legerofficieren betrokken waren, ondanks de uitspraak van het Constitutionele Hof in 1997 dat dergelijke zaken onderzocht moesten worden door burgerrechtbanken. Sommige zaken werden echter overgedragen aan burgerrechtbanken, zoals de moord door soldaten op tien rechercheurs (behorend tot de DIJIN), een politie-informant en een burger, in Jamund� (Valle del Cauca) op 22 mei. Het bureau van de procureur-generaal klaagde vijftien legerofficieren aan wegens hun vermeende betrokkenheid bij de moorden, die naar verluidt het werk waren van paramilitaire groeperingen in opdracht van drugshandelaren. Mensen die bij deze zaak belast waren met het gerechtelijk vooronderzoek zouden zijn bedreigd.
Het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens deed uitspraak in geruchtmakende zaken van straffeloosheid voor massamoorden, gepleegd door paramilitairen met de vermeende steun of instemming van de veiligheidstroepen. Hiertoe behoorde de massamoord in Pueblo Bello uit 1990, waarbij 43 burgers gedood werden of �verdwenen�, en de massamoorden in La Granja en El Aro uit 1996 en 1997, waarbij negentien mensen gedood werden. In beide zaken stelde het hof de Colombiaanse staat deels aansprakelijk en gelastte de overheid schadevergoeding uit te keren aan de slachtoffers en hun nabestaanden.
De veiligheidstroepen
Er waren aanhoudende berichten over buitengerechtelijke executies door de veiligheidstroepen.
- Op 19 september zouden soldaten gemeenschaps- en arbeidsactivist Alejandro Uribe Chac�n hebben gedood in de gemeente Morales (Bol�var).
- Op 14 april werd de boer Adri�n C�rdenas Mar�n naar verluidt gedetineerd door legertroepen in de gemeente Argelia (Antioquia). Op 15 april liet het leger weten dat Adri�n C�rdenas vlakbij de stad Argelia �gesneuveld� was.
De landelijke pers berichtte over een aantal mensenrechtenzaken waarbij het leger betrokken was.
- Op 25 januari zouden 21 soldaten door hun meerderen zijn gemarteld, ook seksueel, tijdens een ontgroeningsceremonie op een militaire opleidingsfaciliteit in Piedras (Tolima). De zaak werd eind 2006 nog onderzocht door een burgerrechtbank.
- Het bureau van de procureur-generaal startte een onderzoek naar de rol van legerofficieren bij een aantal bomaanslagen in Bogot� in juli en augustus, waaronder een aanslag met een autobom op 31 juli waarbij ��n burger gedood werd en negentien soldaten gewond raakten en die volgens de autoriteiten het werk was van de FARC.
- De veiligheidstroepen, waaronder de Mobiele Eenheid (Escuadr�n M�vil Anti-Disturbios, ESMAD), zouden buitensporig geweld hebben gebruikt tijdens massademonstraties door boeren, Afro-Colombianen en inheemse betogers op 15 en 16 mei in Cauca en Nari�o. Ten minste ��n demonstrant kwam hierbij om het leven en vijftig anderen raakten gewond, onder wie diverse leden van de veiligheidstroepen en een twaalfjarig kind.
- Op 8 maart zouden ESMAD-agenten verscheidene studenten aan de Nationale Universiteit in Bogot� hebben verwond toen ze een studentendemonstratie uiteendreven. Bij de demonstratie gooiden studenten stenen naar de politie. E�n student, Oscar Leonardo Salas, overleed naar verluidt op 9 maart nadat hij hoofdletsel had opgelopen door een projectiel dat kennelijk was afgevuurd door de ESMAD.
Guerrillagroeperingen
De FARC en het ELN maakten zich schuldig aan ernstige mensenrechtenschendingen en herhaaldelijke overtredingen van het internationaal humanitair recht, waaronder gijzelnemingen en het vermoorden van burgers.
- Op 9 oktober werden in de gemeente Fortul (Arauca) de lichamen gevonden van vier boeren die ontvoerd waren door het ELN. Tussen maart en augustus zouden de FARC en het ELN meer dan twintig burgers hebben gedood in Arauca.
- Op 27 februari zouden FARC-guerrillastrijders acht gemeentebestuurders hebben omgebracht in de gemeente Rivera (Huila), terwijl deze een gemeenteraadsvergadering bijwoonden.
- Op 25 februari zou de FARC een bus hebben aangevallen in Caquet�, waarbij ten minste negen burgers gedood werden, onder wie twee kinderen.
Ook zou de FARC buitensporige en willekeurige aanvallen hebben uitgevoerd waarbij talloze burgers om het leven kwamen. - Op 6 maart, werden drie burgers, onder wie een 76-jarige vrouw en een achtjarige jongen, gedood bij een aanvallen met explosieven in de gemeente San Vicente del Cagu�n (Caquet�). De regering stelde de FARC verantwoordelijk voor de aanval.
De FARC en het ELN lijfden kinderen onder dwang in, en tal van burgers werden gedood of verminkt door landmijnen die naar verluidt geplaatst waren door guerrillagroeperingen. - Op 2 augustus werden zes medewerkers van een regeringsproject voor het uitroeien van de cocateelt en vijf politieagenten gedood nadat ze op een landmijn liepen in de gemeente La Macarena (Meta).
Vakbondsmensen, mensenrechtenactivisten en andere activisten
Mensenrechtenactivisten, maatschappelijk werkers en gemeenschapsactivisten stonden bloot aan geweld, voornamelijk door paramilitaire groeperingen en de veiligheidstroepen, maar ook door guerrillabewegingen. Meer dan zeventig vakbondsactivisten werden gedood in 2006.
- In september zou de FARC Fabi�n Trellez Moreno, gemeenschapsleider en wettelijk vertegenwoordiger van de wijkraad Boca de Bebar� in de gemeente Medio Atrato (Choc�) hebben doodgemarteld.
- In mei, in de aanloop naar de presidentsverkiezingen, werden vakbondsactivisten, linkse activisten, mensenrechtenorganisaties, ngo�s die zich inzetten voor de vrede, universiteitsstudenten en -medewerkers per e-mail met de dood bedreigd, naar verluidt door groeperingen die zich presenteerden als nieuwe paramilitaire structuren.
- Op 2 januari werd het lichaam van vakbondsactivist Carlos Arciniegas Ni�o ontdekt in de gemeente Puerto Wilches (Santander). Hij was sinds 30 december 2005 vermist. Zijn lichaam zou sporen van marteling hebben vertoond. De moord werd toegeschreven aan de paramilitaire Bloque Central Bol�var (BCB). Op 31 augustus richtte de BCB naar verluidt een schriftelijke doodsbedreiging aan het vakverbond CUT (Central Unitaria de
Trabajadores) in Bucaramanga (Santander), en dat terwijl de BCB per 1 maart zogenaamd gedemobiliseerd was.
Burgergemeenschappen
Afro-Colombiaanse, inheemse en boerengemeenschappen, maar ook burgers die in gebieden woonden waar hevige gevechten plaatsvonden, werden onevenredig zwaar getroffen door het geweld van alle partijen bij het conflict. Meer dan 770 burgers werden gedood of �verdwenen� in de eerste helft van het jaar. Ruim 219.000 mensen raakten ontheemd, tegenover 310.000 in 2005. In de eerste zes maanden van 2006 werden meer dan 45 leden van inheemse gemeenschappen gedood.
- Op 9 augustus doodden onbekende schutters vijf leden van de inheemse A�wa-gemeenschap in de gemeente Barbacoas (Nari�o).
- Op 5 en 6 maart zou de FARC Juan Ram�rez Villamizar, de voormalige inheemse gouverneur van het reservaat Makagu�n de Ca�o Claro in Arauca, en zijn vrouw Luz Miriam Far�as, een lerares op de school van het reservaat, hebben gedood. Leden van �vredesgemeenschappen� en �humanitaire zones� en van andere gemeenschappen die openlijk aanspraak maakten op hun recht om niet betrokken te raken bij het conflict, werden bedreigd en gedood.
- Op 16 augustus zouden paramilitairen tegen bewoners van Curvarad�-delta (Choc�) hebben gezegd dat paramilitairen een moordaanslag beraamden op Enrique Petro, een bewoner van de Afro-Colombiaanse humanitaire zone Curvarad�. In maart hadden leden van de strijdkrachten Petro ervan beschuldigd banden te onderhouden met guerrillastrijders. De paramilitairen zeiden tevens dat ze andere bewoners van de humanitaire zone Curvarad� wilden vermoorden.
- Het lichaam van Nelly Johana Durango, een lid van de Vredesgemeenschap San Jos� de Apartad� (Antioquia), werd op 15 maart ge�dentificeerd door een familielid in Tierra Alta (C�rdoba). Getuigen verklaarden dat ze op 4 maart door het leger meegenomen was uit haar huis. Het leger beweerde dat ze een gesneuvelde guerrillastrijder was. Sinds 1997 zijn meer dan 160 leden van vredesgemeenschappen vermoord, voornamelijk door paramilitaire groeperingen en de veiligheidstroepen, maar ook door guerrillabewegingen.
Ontvoeringen
Ontvoeringen liepen verder in aantal terug, van achthonderd in 2005 naar 687 in 2006. Guerrillabewegingen, vooral de FARC, waren met circa tweehonderd ontvoeringen verantwoordelijk voor de meeste ontvoeringen die verband hielden met het conflict. Tien daarvan werden toegeschreven aan paramilitaire groeperingen en 267 aan gewone criminelen. Van circa tweehonderd ontvoeringen kon niet worden achterhaald wie de daders waren.
- Op 26 juli zou de FARC Camilo Mej�a Restrepo, zijn vrouw Rosario Restrepo, hun zoon en een neef hebben ontvoerd in Antioquia. Bij hun pogingen om aan de autoriteiten te ontkomen zouden de ontvoerders Camilo Mej�a hebben gedood en de neef hebben verwond.
- Op 7 juni ontvoerde het ELN Javier Francisco Castro in de gemeente Yond� (Antioquia). Het ELN zou hem ervan verdenken banden te onderhouden met de veiligheidstroepen. Eind 2006 was nog niet bekend of hij was vrijgelaten.
- Op 27 april vermoordden gewapende mannen Liliana Gaviria Trujillo, de zus van ex-president C�sar Gaviria Trujillo, en haar lijfwacht Fernando V�lez Rengifo, in Dosquebradas (Risaralda), kennelijk bij een mislukte ontvoeringspoging. De autoriteiten beweerden dat de FARC opdracht had gegeven voor de ontvoering.
Geweld tegen vrouwen
Vrouwen en meisjes werden vermoord, verkracht, ontvoerd en bedreigd door alle partijen bij het conflict.
- Op 22 oktober zouden tien soldaten het huis van een vrouw in de gemeente Puerto Lleras (Meta) zijn binnengevallen. Vier van de soldaten zouden haar hebben verkracht in het bijzijn van haar driejarige zoontje. De vrouw werd naar verluidt bedreigd nadat ze aangifte had gedaan van de verkrachting bij de autoriteiten.
- Op 9 april zou een guerrillastrijder een vrouw hebben verkracht in de gemeente Fortul (Arauca).
- Op 21 maart zouden paramilitairen Yamile Agudelo Pe�aloza van de Volksorganisatie voor Vrouwen (Organizaci�n Femenina Popular) hebben verkracht en vermoord in Barrancabermeja (Santander). Haar lichaam werd de volgende dag teruggevonden.
Amerikaanse militaire steun
In 2006 kenden de Verenigde Staten circa 728 miljoen dollar steun toe aan Colombia, waarvan ongeveer tachtig procent bestemd was voor leger en politie. In juni bevroor het Amerikaanse congres een bedrag van 29 miljoen dollar omdat de Amerikaanse regering het congres niet naar behoren had geraadpleegd over het certificeringsproces, dat een kwart van de steun koppelt aan de verbeteringen die de Colombiaanse regering en overheidsinstanties boeken ten aanzien van bepaalde mensenrechtenindicatoren. Ondanks dit besluit van het congres werden de middelen vrijgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat echter toezegde met het congres en vertegenwoordigers van Amerikaanse mensenrechtenorganisaties om de tafel te gaan zitten over de certificering en aanbevelingen om dit proces te verbeteren. Circa zeventien miljoen dollar werd uitgetrokken voor het demobilisatieproces, waarbij circa vijf miljoen dollar naar de eenheid Gerechtigheid en Vrede ging. De middelen worden alleen vrijgegeven wanneer is voldaan aan bepaalde mensenrechtenvoorwaarden.Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de Rechten van de Mens
Ondanks vermeende pogingen van de Colombiaanse regering om de bevoegdheden van het bureau van Hoge VN-Commissaris voor de Rechten van de Mens (UNHCHR) te beknotten, met name wat betreft diens toezichthoudende taak, maakten de regering en de UNHCHR in september bekend dat het gehele mandaat met twaalf maanden zou worden verlengd. In haar laatste rapport inzake Colombia, gepubliceerd in januari, drong de UNHCHR er bij de regering op aan de mensenrechtenaanbevelingen van de VN op te volgen, het langverbeide landelijke actieplan voor de mensenrechten goed te keuren, en mensenrechtenactivisten beter te beschermen. De UNHCHR riep de partijen bij het conflict op om het recht op leven te eerbiedigen en zich te onthouden van willekeurige aanvallen, ontvoeringen, inlijving van kindsoldaten, en seksueel geweld. Ook adviseerde het rapport de wetgeving inzake de demobilisatie van illegale gewapende groeperingen in overeenstemming te brengen met mensenrechtenprincipes, waaronder het recht van slachtoffers op waarheid, gerechtigheid en schadeloosstelling. De Hoge Commissaris legde het rapport op 28 september voor aan de tweede periodieke vergadering van de VN-Mensenrechtenraad.Rapporten en bezoeken
- Colombia: Reporting, campaigning and serving without fear � The rights of journalists, election candidates and elected officials (AI Index: AMR 23/001/2006)
- Colombia: Open letter to the presidential candidates (AI Index: AMR 23/013/2006)
- Colombia: Fear and intimidation � The dangers of human rights work (AI Index: AMR 23/033/2006)
Afgevaardigden van Amnesty International bezochten het land in februari, maart en oktober.


